
Sliedrecht in oorlogstijd - Het Sinterklaascadeau pakjesavond 1942
7 maart 2025 om 11:39 HistorieSLIEDRECHT Dat er tijdens de oorlogsjaren vele fietsen en radio’s zijn ingevorderd door de Duitse bezetter dat zal bij u wel bekend zijn. Maar wist u dat ook klokken het massaal moesten ontgelden? Ruim 6700 klokken werden er door de Duitse bezetter uit de torens gehaald en ruim 4700 klokken gingen voorgoed verloren waardoor velen eeuwenoude en (lokaal) historische belangrijke klokken. En het had weinig gescheeld of ook de kerkklok die al eeuwenlang in de toren van de Grote Kerk hangt was datzelfde lot beschoren geweest. Dit zit zo.
door Laurens Koppelaar
Op 18 juni 1941 was de eerste metaalvordering uitgevaardigd door de Duitse bezetter. Al het in omloop zijnde koper, nikkel, tin, lood en mengsels van metalen (legeringen) moesten worden ingeleverd met als doel om te worden gebruikt als grondstoffen voor de Duitse wapenindustrie. In september 1941 werd begonnen met de uitgifte van zink geld en vanaf eind september 1942 waren de zinken munten en het papiergeld nog de enige wettige betaalmiddelen en werden de bronzen, nikkelen en zilveren munten buiten omloop gesteld. Het leverde te weinig metalen op en op 23 juli 1942 volgde de tweede metaalvordering. Nu moesten ook de kerkklokken er aan geloven.
Naar aanleiding van deze ontwikkelingen schreven de kerkrentmeesters van de Hervormde Gemeente Sliedrecht op 29 juli 1942 een brief aan burgemeester Popping. In deze brief uitten zij hun bezorgdheid over de mogelijke vordering van de luidklok die in de toren van de Grote Kerk hing. “De Kerkvoogdij der Ned. Herv. Gemeente alhier, deelt U hierbij mede, dat zij zich ernstig heeft verontrust over het bericht, in zake de verordering der luidklokken. Zij heeft zich met bezorgdheid afgevraagd, of het mogelijk zou zijn, dat daardoor ook de klok van onze gemeente zou worden gevorderd: een voorwerp van historische waarde, gegoten reeds in 1604 door Henricus Meurs, en dat reeds eeuwen lang vele geslachten opriep tot de godsdienst-oefeningen.”
Hierop zocht burgemeester Popping op 11 augustus 1942 contact met het Instituut voor Stad en Landschap van Zuid-Holland: een vereniging die zich inzette voor verantwoorde bouw en behoud van archeologische en historisch waardevolle objecten en die gemeenten hierin adviseerde. “Ik zou het zeer op prijs stellen indien u mij, zoo mogelijk spoedig, zoudt kunnen inlichten op welke wijze deze klok van aangifte c.q. verbeurdverklaring, zou kunnen worden gevrijwaard.” Hierna nam hij contact op met de Inspectie voor de Bescherming van schatten van Kunst en Wetenschap tegen Oorlogsgevaren beter bekend als Inspectie Kunstbescherming.
Maar alle inspanningen leken niets te gaan helpen en dus schreef burgemeester Popping op 26 november 1942 een brief aan de Rüstungsinspektion in Den Haag bij wie de klokken moesten worden aangegeven en die belast was met de uitvoering van de vorderingen. “In verband met de voorgenomen inbeslagname van torenklokken, heb ik de eer u het volgende te berichten. In de gemeente Sliedrecht is slechts één luidklok en wel in den toren naast de Ned. Herv. Kerk, in het midden der gemeente. De gemeente telt 14500 inwoners. De bebouwing strekt zich uit over een lengte van 6 ½ K. M. langs de rivier de Merwede. Ik acht deze klok, welke de eenige is in de gemeente, onmisbaar voor tijdaanwijzing en het maken van alarm in daartoe leidende gevallen. Op grond van vorenstaande verzoek ik u de torenklok dezer gemeente niet te vorderen.” Ook zocht hij contact met de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland toen de Commissaris der Provincie Zuid-Holland geheten.
En dit keer hadden alle inspanningen wel een positief resultaat want op 5 december 1942 liet de Commissaris der Provincie Zuid-Holland aan burgemeester Popping weten: “Als resultaat met den Gevolmachtigde van den Rijkscommissaris voor dit gewest gevoerde besprekingen kan ik U mededeelen, dat wat Uwe gemeente betreft, de eenige klok Uwer gemeente voor vordering kon worden gevrijwaard.” En zo kreeg Sliedrecht op 5 december 1942 (ondanks alle ellende van de oorlog) toch nog een mooie pakjesavond.









