
Van hier en daar, van overal: jongensmode van vroeger
5 maart 2026 om 10:06 LokaalnieuwsSLIEDRECHT Wat u op de foto ziet is de mode voor jongens in een eerdere periode.
Het begon in het voorjaar van 1942. de Tweede Wereldoorlog, en duurde zo ongeveer tot 1955, 1956. Het was een gangbare mode voor jongens in de puberteit. Men droeg een soort van pofbroek, die ‘plusfour’ heette. De naam van deze mode komt uit de Engelse taal. Een plusfour of plus-four is een wijde kuitbroek die verwijst naar het feit dat de broek vier inch, ongeveer tien centimeter, langer is dan een standaard kniebroek. De pantalons, de pijpen, van de broek werden aan de onderzijde voorzien van een elastieke band. Trok men de broek aan dan werd de elastieke band omhoog geschoven tot net onder het kniegewricht. Het zich daaronder bevindende gedeelte van de broek werd naar beneden gedaan waardoor het overbolde. Onder de broek werden zogenaamde kniekousen gedragen.
KLEDING VAN HET ZOMERSEIZOEN
Een van de vijf jongens op de foto, aan de linkerzijde, droeg een kniebroek. Waarschijnlijk was het voorjaar aangebroken. Immers in die voorbije tijd werd in het voorjaar de winterkleding vervangen voor de kleding van het zomerseizoen. De huizen werden toen alle verwarmd met een kolenkachel die in de woonkamer stond. De rest van het huis was onverwarmd. In het voorjaar werd de grote schoonmaak gehouden en gingen de kachels uit. Op dat moment was het meestal zover dat jongens kniebroeken of korte broeken gingen dragen.
DROLLENVANGER
De plusfour werd in Sliedrecht een ‘drollenvanger’ genoemd en waarschijnlijk buiten Sliedrecht ook. Halverwege de jaren vijftig gingen veel jongens de elestieke band niet meer optrekken tot net onder de knie. De elastieke banden werden naar beneden geschoven tot op de enkel. Ook de kniekousen werden lager gedragen. Die kniekousen werden doorgaans door je moeder, een familielid of een kennis gebreid van wol. Op den duur kon dat behoorlijk gaan kriebelen aan je onderbenen. In de wintertijd werd je vaak extra gekleed met een zelfgebreid wollen hemd, een borstrok noemden ze dat en dat kriebelde ook op je lijf. Maar ja, je had weinig in te brengen, je moest het gewoon dragen. Correctie op vorige week. Niet alle huizen aan de Stationsweg kregen in 1932 – 1933 een nieuw riool aan de voorzijde in de gedempte sloten. Aan de achterkant van de woningen bevonden zich ook sloten waar het riool op uitwaterde. Het kwam in me op bij dit stukje over ‘drollenvangers’.
‘t Schrijverke