Hoe leuk is rookvrij uitgaan?

Nieuws

Vroeger nam ik me voor dat ik nooit zou roken. Als kind van twee rokende ouders werd ik overspoeld door verhalen over het verslavingsgehalte en hoe slecht roken wel niet is voor je longen. Op zich hebben de schrikverhalen nut gehad, maar mijn inmiddels niet meer rokende moeder zou een kleine preek afsteken als ze zou weten dat ik rookruimtes testte voor de krant. Mijn moeder leest veel van wat ik schrijf, dus alvast: sorry mam!

‘Als roker in een café voel je je bijna een paria’ H’VELD-G’DAM / SLIEDRECHT - Het is genoeg voer voor ellenlange discussies; het nieuwe rookverbod. Sinds 1 juli mag niet meer worden gerookt in horecagelegenheden. Dat betekent dus geen sigaretje meer bij een biertje of na het eten. Niet-rokers vinden het prettig, rokers vinden het flauw. Feit blijft dat rokers voor een nicotineshot naar buiten moeten of soms gebruik kunnen maken van speciale rookruimtes. Maar hoe is het nu om rookvrij uit te gaan? Staan alle rokers blauwbekkend buiten of lappen ze het rookverbod aan hun laars? Verslaggever Marjanne Dijkstra nam de proef op de som en dook het Hardinxveldse en Sliedrechtse nachtleven in.

Zaterdagavond in het Hardinxveldse café ‘t Peultje. Als ik met vriendinnen J. en F. het dorpscafé binnenstap missen we meteen de dampige rook die in een gemiddeld café hangt. Om de vijf minuten stormen de rokers de trap op naar de rookruimte van ‘t Peultje dat in het café in de gaten kan worden gehouden door middel van een beeldscherm. Hoe meer mensen in de ruimte staan, hoe rokeriger en waziger het beeld wordt. ,,Je gaat wel minder roken van dat rookverbod”, aldus een van de klanten aan de bar. Ook het personeel mag niet meer roken en als de bardame de trap weer afdaalt verzucht ze: ,,Eindelijk even geen stress meer, wat een lekkere peuk.” De rookruimte boven het café is een klein zoldertje met tl-licht, zonder ramen, maar mét camera. ,,Als ik hier sta voel ik me zo verplicht om te roken”, verzucht een stamgast terwijl hij de fik in zijn shaggie steekt. ,,Ze gaan het hier nog leuker maken hoor, met bankjes en tafeltjes langs de zijkant. Ik zou alleen ook m’n biertje hier moeten kunnen bestellen.”

Voor de deur van Tapperij Damrak rookt een aantal mensen hun sigaret op voor ze naar binnen gaat. Het valt op dat iedereen zich netjes aan het rookverbod houdt en voor een peuk voornamelijk de ruimte achter de tapperij bezoekt. Op een zomeravond sta je droog onder het golfplaten afdakje, maar in de winter vriest je sigaret wellicht aan je lippen vast. Erg sfeervol is de rookruimte ook niet te noemen; je rookt je peukje in het felle licht van een bouwlamp en tussen de moppen en emmers.

De stappers in de Sliedrechtse Bios hebben het beter bekeken; zij kunnen gewoon binnen roken in een daarvoor ingerichte rookruimte. Beneden is dat een klein hok, maar boven is een hele vleugel beschikbaar voor de niet-rokende jongeren. Een rookgordijn komt je hier tegemoet, maar het is wel de leukste ruimte om je sigaretje op te steken. Je kunt namelijk doordansen omdat muziek en licht in de ruimte gewoon doordringen. Ook kun je rustig op een bank zitten of relaxen aan een tafeltje.

De bezoekers van Havana staan net buiten de voordeur van het café te roken. Opvallend blijft wel dat niemand per ongeluk binnen een sigaret opsteekt en dat iedereen zich in het ‘lot van de roker’ lijkt te schikken. Zelf een rockversie van Nick en Simon’s hit ‘Rosanne’ jaagt niet alle rokers naar buiten tijdens de battle of the bands-avond in de Sliedrechtse kroeg.

Als laatst brengen we een bezoek aan muziekcafé Candlelight. Op de deur wordt al aangegeven dat niet meer gerookt mag worden binnen en buiten is het met rokers bijna even druk als met feestvierders binnen. ,,Belachelijk toch”, zegt een bezoeker terwijl ik het bordje bestudeer. ,,Als roker voel je je bijna een verstotene van de maatschappij, een paria. Je mag echt niets meer”, moppert hij voordat hij naar buiten loopt.

‘De roker’ lijkt wat geïrriteerd en zich buitengesloten te voelen. Gezellig doorkletsen met je niet-rokende vrienden zit er namelijk niet meer in of je moet ze meenemen naar een rookhol. Als niet-roker heb je minder last van je ogen en keel en ruiken je kleren en haar niet naar asbak als je thuis komt. En eindelijk zijn we verlost van de standaard versierzin ‘heb je misschien een vuurtje?’. In geen van de bezochte horecagelegenheden werd gerookt, maar kon je je sigaretje wegpaffen in een daarvoor bestemde ruimte. Soms was dat buiten onder een golfplaten afdakje tussen de moppen en emmers, soms was dat al dansend op de laatste hits.

advertentie