‘Levend museumstuk’ blijft rietsnijden

Nieuws

Jan de Koning is geboren en getogen op het Oosteind in Papendrecht in een gezin met vier kinderen. Toen hij in 1947 van school kwam, bleek verder leren geen optie. ,,Mijn vader vond dat ik moest werken voor mijn geld.” Vader De Koning zat net als andere familieleden in de hout- en riethandel en Jan de Koning moest met zijn vader mee om riet te snijden in de Biesbosch. Zo vlak na de oorlog ging het goed in de handel, weet De Koning nog. ,,Griendhout en riet werd veel gebruikt voor zinkstukken langs oevers en bij de aanleg van dijken en bij onderhoud van waterwegen. Na de watersnood in 1953 was er een schreeuwend tekort aan riet en was genoeg werk te doen voor De Koning en zijn familie.

REGIO - Hij wordt wel een levend museumstuk genoemd. Rietsnijder Jan de Koning is de laatste in zijn soort. Al ruim zestig jaar is hij in de wintermaanden in de Biesbosch te vinden. Over zijn ervaringen in de natuur kan de 74-jarige De Koning boeiend vertellen. Onlangs ondersteunde hij zijn verhalen in de Sliedrechtse Bibliotheek met een mooie diapresentatie. Door Marjanne Dijkstra

Koksmaatje

Het was hard werken voor De Koning die in het begin als koksmaatje meeging op het schip met zijn vader, oom en neef. Er werd veel gegeten aan boord, per man werd ‘s avonds een kilo aardappelen gegeten en De Koning at overdag 23 boterhammen. De mannen maakten erg lange weken: ,,Maandagmorgen gingen we weg en vrijdagavond waren we terug. En ook in het weekeinde moesten we aan de slag want dan moest het riet worden gelost. Ik maakte weken van 55 tot 60 uur en de verdiensten waren niet veel. Mijn vader gaf 25 gulden aan mijn moeder voor het huishouden en zelf kreeg ik 2 gulden 50 per week. Financieel was het leven als rietsnijder niet aantrekkelijk, maar mijn vader zei altijd ‘Jan, je kan in de bouw werken, maar de vrijheid die je nu hebt is onbetaalbaar’. Soms denk ik daar aan terug, hij had het bij het juiste eind.”

De Koning is een echt natuurmens. ,,In het voorjaar is niets fijner om met mijn verrekijker te kijken naar de vogels die vliegen. De lucht komt dan uit een noordwestelijke richting, uit IJsland, en is dan heel erg helder en zuiver. Mensen vragen wel eens of ik het niet vervelend vind om alleen te zijn. Maar er zijn dan misschien geen mensen, dieren zijn er wel. Als je maar stil genoeg zit en er vaak genoeg komt, eten roodborstjes, ratten en herten uit je hand. Iedere keer ben ik weer dankbaar voor het vertrouwen dat dieren in me stellen.”

Boomstam

De krasse senior hoopt vanaf half december (het rietsnijseizoen loopt van half december tot half april) voor de 62e keer riet te snijden in de Biesbosch. Maar zulke lange dagen als vroeger maakt hij niet meer. ,,Ik probeer om een uur of tien in de Biesbosch te zijn en dan werk ik door tot half vijf. Zolang ik de kracht ontvang ga ik door met riet snijden. Dat ik dit op mijn leeftijd nog kan, vind ik een zegen. Het is heerlijk om in de natuur bezig te zijn en ik word heel gelukkig van de winter. Als ik met tien graden onder nul zittend op een boomstam mijn boterham opeet, geniet ik gewoon.”

advertentie