'Het is meer sleutelen dan rijden'

Nieuws

SLIEDRECHT – Joop Visser (58) vertelt het lachend: ,,Eigenlijk zou je het een rode draad door mijn leven kunnen noemen: Engelse motorfietsen die uit elkaar liggen. Al vanaf mijn vijftiende sleutel ik eraan.” Omdat ze erom bekend staan dat ze nogal eens wat mankeren bestaat Joop z’n passie uit veel sleutelen en weinig rijden. Toch reed hij deze zomer als kroon op zijn carrière op een 54-jaar oude BSA naar Oostenrijk. Er staan in zijn werkplaats vijf rijdende motoren, waaronder nog een BSA en een Matchless, maar ook de 28-jarige rode Yamaha van echtgenote Marijke. En ik heb nog ergens een oude Honda staan, maar die moet ik wel eerst even ‘uitgraven’ als ik erop wil rijden. ,,De Matchless is een 350 cc uit 1954 die ik al dertig jaar heb. En dit is wat mij betreft 'matchless' (zonder strijd, red.) het knapste merk. Bij de BSA vind ik de karakteristieke zadels met veren en het zwart met die donkerrode tanks mooi. Maar het leuke aan de Engelse motoren vind ik vooral dat de techniek zichtbaar is. Ze gebruiken weinig elektronica, zodat je alles zelf kunt begrijpen.

Door Margreet Strijker

Op de zelfgemaakte heftafel staat het frame van wat uiteindelijk een BSA A10 van 650 cc moet worden. ,,Zo’n motor heb ik gehad toen ik achttien was en die wilde ik graag weer. Ik kocht hem twee jaar geleden als ‘basket case’ (soort bouwpakket in kistjes en dozen). Ik was half verliefd op de soms bijna nieuwe en glimmende onderdelen die ik erin aantrof. Maar achteraf viel het een beetje tegen, want er zaten onder andere krassen in de cilinder, waardoor hij niet meer bruikbaar is. Ik had dus eigenlijk weer eens een ramp gekocht.”

Het lijkt er overigens op dat een groot deel van Joop zijn passie juist te maken heeft met het oplossen van zulke rampen, want hij vertelt met veel plezier over de schitterende cilinder die hij later voor twintig pond in Engeland, het 'Walhalla voor motoronderdelen' op de kop tikte. Vorig jaar waren Joop en Marijke aan de Zuidkust van Engeland waar een bezoek aan het ‘National Motor Museum’ in Beaulieu gecombineerd werd met twee beurzen. ,,Die bleken te bestaan uit weilanden vol met oude troep. Volgens Marijke liep ik zo te kwijlen, dat ze bijna een lekbakje onder mijn kin moest houden. We gingen met een auto vol onderdelen, maar ook oude motortijdschriften weer het kanaal over, want die laatste koop je daar per kilo, terwijl je er hier in Nederland zo een euro of zeven per stuk voor neer moet tellen. Ik heb me dus rot gesjouwd.”

Eind jaren zestig crosste de vriendengroep van Joop vaak in de Wilgenhof, langs de spoorbaan en achter het station. Door de groeiende welvaart kochten steeds meer mensen een auto, waardoor je voor een paar tientjes aan een aardige tweedehands motor kon komen. Marijke vertelt: ,,Op mijn vijftiende leerde ik hem kennen en toen lag zijn motorfiets al uit elkaar. Ik ken hem nu veertig jaar en het is altijd zo gebleven. Met het verschil dat hij er nu meerdere heeft en er dus altijd wel eentje rijdt. Samen met de vriendinnen van de andere motorliefhebbers was ik eigenlijk een groupie. We hebben in de jaren 70 zelfs nog een soort clubhuis gehad in een leegstaande kroeg aan de Baanhoek. Een potje kaarten en bankstellen op straat. Maar na een jaartje of zo bleek het café ineens verkocht te zijn aan een Hagenees en werden we eruit gewerkt door een knokploeg van die nieuwe eigenaar. Een heel avontuur in die tijd, hoor."

Maar ook de driedaagse tocht van ongeveer 1000 kilometer met de BSA M 21 van 600 cc naar Oostenrijk was een avontuur. Volgens Marijke was zo’n eind rijden op zo’n oud ding dan ook de top van Joop zijn leven. Alles ging prima tot hij bij Stuttgart wilde schakelen toen bleek dat hij zijn versnellingspook verloren had. ,,Ik had er niks van gemerkt en was hem dus echt kwijt. Ik ben de snelweg afgegaan en daar sta je dan in de berm om half 8 ’s avonds in je eentje. Ik hoopte ergens een bouwmarkt te kunnen vinden om het euvel provisorisch op te lossen door er een griptang op te zetten of zo iets.” Een toevallig voorbijgangster vertelde hem dat er vlakbij een motorzaak bleek te zitten. Joop mocht zijn tentje opslaan bij een restaurantje en de volgende morgen werd er een oud rempedaal op zijn versnellingsbak gemonteerd. ,,Om acht uur was ik alweer op weg en verder verliep alles zonder noemenswaardige problemen. Het was een geweldige tocht. Onderweg bezocht ik het Auto & Technik Museum in Sinsheim. Die hebben een Concorde op het dak én binnen staan en er zijn ook complete stoomlocomotieven. Je kan het zo gek niet bedenken of ze hebben het. Vanzelfsprekend ook veel motoren, maar weinig Engelse. Die houden het natuurlijk liever bij de Duitse merken.”

Het echtpaar Visser bezoekt regelmatig motor- en oldtimer dagen en kampeerweekends, ook internationaal. Ze gaan vaak in vol ornaat met vetpak en Cromwell helm. Op 25 september staat ‘Het Nationaal Veteraan Treffen’ in Woerden op het programma: Marijke gaat op haar Yamaha en Joop op de BSA. ’t Is maar te hopen dat ze niet al te ‘Oerend hard’ gaan.

Op de foto: Joop bij de heftafel met het frame van wat uiteindelijk een BSA A10 van 650 cc moet worden. Ervoor staat de Matchless 350 cc uit 1954.

advertentie
advertentie