Het schedeldak van Jacob de Jong blijkt doorboord met deze geheel ijzeren klauwhamer.
Het schedeldak van Jacob de Jong blijkt doorboord met deze geheel ijzeren klauwhamer. Archief Geschiedkundige Vereniging Giessenburg en Schelluinen

De laatste halte van de vermoorde stationschef Jacob de Jong (deel 1)

Achtergrond

HARDINXVELD-GIESSENDAM In de voorbije honderd jaar is Hardinxveld-Giessendam vijf keer opgeschrikt door een moord. Van stationschef Jacob de Jong tot machineboer Johan de Waal; hoe vijf dorpelingen aan hun lugubere einde kwamen. Deze week: de dood van stationschef Jacob de Jong, een gerechtelijke dwaling die minstens net zo geruchtmakend is als de Puttense moordzaak.

door Alex Monster

Jacob de Jong, vermoord op 3 augustus 1923

Riët Timmerman van de Geschiedkundige Vereniging Giessenburg en Schelluinen heeft zich tot ver achter de komma verdiept in de moord op Jacob de Jong uit Giessen-Nieuwkerk. Op www.geschiedkundigevereniging.nl doet ze minutieus verslag van een van de grootste gerechtelijke dwalingen van de vorige eeuw. Met toestemming van Timmerman publiceert Het Kompas Hardinxveld-Giessendam.nl hieronder een samenvatting van haar gedetailleerde artikelen.

‘In de vroege morgen van zaterdag 4 augustus 1923 vindt een spoorwegarbeider langs het spoor het lichaam van Jacob de Jong. Hij is seinhuiswachter en stationschef aan het einde van de Kerkweg in Giessen-Nieuwkerk. De Jong is die nacht op 400 meter van zijn huis op afschuwelijke wijze om het leven gebracht.

Als haltechef is De Jong onder meer belast met de verkoop van treinkaartjes en het beheer van het kasgeld. Hij heeft ook als taak de twee seinpalen te bedienen. Als op 3 augustus, even na 23.30 uur, de laatste goederentrein uit Gorinchem passeert, verlaat De Jong de woning om de petroleumlampen op de seinpalen te doven. Beide palen zijn 400 meter verwijderd van de halte. De haltechef doet de lamp richting Gorinchem uit en loopt vervolgens naar de paal richting Dordrecht. Vrijwel onmiddellijk nadat hij deze lamp heeft laten zakken, voltrekt de moord zich. Het licht is nog niet gedoofd.

(Tekst gaat onder de foto verder)

Als de laatste goederentrein uit Gorinchem passeert, verlaat De Jong de woning om de petroleumlampen op de seinpalen te doven. - onbekend tijdschrift

Als Aaltje de Jong de volgende morgen tegen 5.00 uur wakker wordt, ontdekt zij dat haar echtgenoot niet naast haar ligt. Zowel in de woning als in het kantoortje branden de lampen, maar haar man is nergens te vinden. Ze schakelt de hulp in van Teunis Kras, die regelmatig hand- en spandiensten verleent aan de stationschef. Even later vindt Kras tussen de beide sporen het zwaar bebloede lichaam van De Jong. Hij ligt gestrekt op zijn rug, ongeveer tien meter van de seinpaal. Zijn armen rusten naast zijn lichaam. Tussen de rechter bovenarm en het bovenlichaam staat, rechtop en met de steel naar boven, een geheel ijzeren klauwhamer. Zijn dienstpet ligt bij de seinpaal. Boven de klep zit een gat.

Kras haalt twee buurmannen erbij, die niet direct denken aan een misdrijf. Voordat ze de politie waarschuwen besluiten ze het lichaam van De Jong naar diens woning te brengen. Ook de voorwerpen op het plaats delict nemen ze mee. Omdat het hoofd zo bebloed is, wordt het schoongemaakt. Onbewust wissen ze daarmee belangrijke sporen. Als de brigadecommandant van de Rijksveldwacht in Gorinchem arriveert, markeert alleen een hoeveelheid bloed nog de plaats waar het lijk heeft gelegen.

Jacob de Jong blijkt beroofd. Zijn portemonnee met 1,50 gulden en een zakmes van twee kwartjes zijn verdwenen. Ook het kasgeld uit het kantoortje is weg. Nog dezelfde dag wordt het lichaam naar het ziekenhuis in Dordrecht gebracht en wordt er sectie verricht. De Jong heeft verwondingen aan de rechter gelaatshelft en de rechter jukboog is verbrijzeld. Zijn schedeldak blijkt doorboord. Ook worden enkele bloeduitstortingen in zijn gezicht geconstateerd.

Via ijsventer Mijnster uit Sliedrecht komen al snel verdachten in beeld. Mijnster heeft van Karel Bouwmeesters uit Sliedrecht gehoord dat hun kostganger Chris Klunder op 3 augustus aan de spoorlijn heeft gewerkt en ‘s nachts rond 2.30 uur was thuisgekomen met een onbekende man. Klunders hospita bevestigt het verhaal. Ook vertelt de vrouw dat zij een broek van Klunder heeft gewassen. maar daarin geen bloedvlekken heeft gezien. Het moordwapen herkent zij niet. 

Klunder is ‘s avonds vaak te vinden bij de familie Kroon in Sliedrecht, zo ook op de avond van de moord. Hij heeft daar een gezellige avond met zijn kameraad Hendrik Vermeer, die sinds enkele weken bij de familie Kroon in de kost zit. Het echtpaar Kroon verklaart het volgende over de avond van 3 augustus: rond 22.00 uur komt Klunder met zijn uitvoerder Jan Teunissen op bezoek. Rond 00.30 uur brengt Teunissen Klunder naar diens kosthuis. Hij gaat met Klunder mee omdat hij zijn portefeuille met daarin ruim vijfhonderd gulden tijdelijk bij hem in bewaring wil geven. Na het overhandigen van de portefeuille eten zij samen nog wat. Mevrouw Kroon, die achter het tweetal aangaat, bevestigt dat zij Teunissen en Klunder ziet eten. Ongeveer tien minuten later keert Teunissen alleen terug bij de familie Kroon. Hij blijft bij hen slapen omdat het te laat is om nog naar zijn woonplaats Dordrecht te reizen. Kostganger Hendrik Vermeer van de familie Kroon bevestigt de verklaringen.

(Tekst gaat onder de foto verder)

Jacob de Jong is in 1923 seinhuiswachter en stationschef aan het einde van de Kerkweg in Giessen-Nieuwkerk. - Vries, L. de Het leven (1906-1940)

Op 30 augustus, een maand na de moord, vertelt ijsventer Mijnster aan de Sliedrechtse politie dat Kroon rond Pasen in het bezit was van een ijzeren hamer. De volgende dag duiken nog twee getuigen op die dit verhaal van Mijnster bevestigen. Het echtpaar Kroon, Klunder en Teunissen worden op 31 augustus gearresteerd, maar Klunder en Teunissen lijken echter een goed alibi te hebben voor de tijd tussen 23.00 en 01.00 uur. Op 13 september worden de verdachten vrijgelaten. Rijksveldwachter-rechercheur J.F.M. de Jong wordt op de zaak gezet. Hij geeft aan dat de moordenaars in het kringetje rond Kroon gezocht moeten worden omdat door het vijftal ‘geen waarheid was gesproken’, met name over het tijdstip waarop Klunder en Teunissen weg waren gegaan.

De rechercheur onthult aan het eind van zijn eerste rapport hoe de avond is verlopen: Klunder en Teunissen zijn om 23.00 uur op de fiets naar Giessen-Nieuwkerk gegaan en hebben de moord gepleegd. Met deze conclusies begint De Jong zijn eigen onderzoek. De moordenaars zijn al bekend, nu het bewijsmateriaal nog. Hij probeert zoveel mogelijk ongunstige informatie en getuigenverklaringen tegen het vijftal te verzamelen. Hij dicht Klunder nog een andere moord toe en laat hem door een oude kameraad dronken voeren en uithoren. De kosten die hieraan verbonden zijn, worden door Justitie betaald. Ook zet De Jong een advertentie in de krant waarin werd gevraagd om werklieden voor Nederlands West-Indië. De advertentie wordt door de kameraad aan Klunder getoond. Deze reageert onder de naam Jansen. Op deze manier beschikt De Jong over het handschrift van Klunder. De Jong beweert over een dreigbrief te beschikken met hetzelfde handschrift en beticht Klunder ervan dat hij onder een valse naam probeert te vluchten. 

Klunder, Teunissen en het echtpaar Kroon worden eind februari 1925 gearresteerd, Vermeer op 5 maart. Het vijftal wordt voor de rechter-commissaris geleid. Klunder en Teunissen zouden de moord hebben gepleegd, de anderen zijn medeplichtig omdat zij het moordwapen hebben geleverd. 

Volgende week online: het laatste deel van het tweeluik over de moord op Jacob de Jong. Hoe deze zaak een schandvlek in de Nederlandse rechtsgeschiedenis werd.

Altijd op de hoogte zijn van het laatste nieuws?
advertentie