
Van hier en daar, van overal - Klompen in plaats van schoenen
17 oktober 2026 om 11:26 ColumnEigenlijk is deze foto een schilderijtje. Een fotograaf legde dit vast in het jaar 1914. Het is in aan het Westeinde van Wijngaarden. De Sliedrechtse klompenhandelaar Hendrik Groenewegen staat bij z’n kar met zelfgemaakte klompen erop uitgestald. Onder de handkar ziet u een donkere vlek, dat is de hond die daar zit af te wachten tot hij verder moet. In die tijd was het normaal dat een hond onder een kar gespannen werd om de boel voorwaarts te trekken.
Hendrik Groenewegen trok met zijn klompenhandel en hondenkar langs de Sliedrechtse dijk en stoepen. Hij bezocht ook de omliggende plaatsen. Een rondfietsende fotograaf trof dit tafereel aan. In het Westeinde van Wijngaarden woonde toen de familie Kees van de Graaf. Op het plaatje ziet u ook een paardenkar, daar zit Kees van de Graaf met zijn zoontje op de bok. Voor de kar staat ene Blokland die het paard vasthoudt. Achter Hendrik Groenewegen staat de vrouw van Kees van de Graaf met kinderen, links staat mejuffrouw Leeuwis, mogelijk de dienstbode.
Het dragen van klompen was in die tijd heel gebruikelijk. Immers de wegen in die tijd bestonden niet veel meer dan uit zand, steenslag en na regen uit modder. Een houten klomp aan de voeten was het beste. Lederen schoeisel was duurder en sleet harder op de onverharde wegen. In 1914 was de prijs van een paar klompen, afhankelijk van de grootte, ongeveer 85 guldencent. Klompen werden meestal gemaakt van populieren. Klompen maken was een vak. Er werd een handboor gebruikt om de holte te maken, beitels en een schaaf voor de pasvorm.
Het weekloon van een arbeider bedroeg in 1914 tussen de 10 en 16 gulden. Het uurloon lag tussen de 15 en 28 guldencent. Reken dat maar eens om in euro’s. Werkweken van 55 tot 60 uur was gewoon. Niet iedereen kon het zich het permitteren zomaar nieuwe klompen te kopen. Bovendien waren vrouwenklompen zelfs tien guldenscent duurder. In de Sliedrecht bestond een regeling voor minder bedeelden. Een bon ter waarde van 45 guldencent werd van gemeentewege verstrekt.
Tegenwoordig loopt het Westeinde van door tot de driesprong met de Matenasche Scheidkade en de Peilkade bij het Alblasserbos. Dat was vroeger niet zo. Het Westeinde in Wijngaarde was destijds een doodlopende weg. Wijngaarden is oud, maar lag vroeger op een andere plek, namelijk waar nu de Elzenweg is, parallel aan de Provinciale weg N214, ongeveer bij boerderij Firma Nescio, grondgebied van Bleskensgraaf.
‘t Schrijverke













