
WMO
17 mei 2023 om 14:54 ColumnAfgelopen week werden de raadsleden en iedereen die er belangstelling voor had, uitgenodigd door de wethouder Sociaal om te praten over het lokale beleid voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
In diezelfde week verschenen er berichten dat mensen weer steeds vaker iets voor elkaar doen en elkaar helpen. Dat maakt je vanzelfsprekend blij, maar zet je wel aan het denken. Waar stopt helpen? En wanneer houdt het op? Wat heeft iemand nodig om hulp te kunnen bieden?
In Sliedrecht wordt er, net als in alle andere gemeenten, een groot beroep gedaan op het netwerk van iemand die een steuntje in de rug nodig heeft. Daarvoor is er zelfs een mantelzorgbeleid opgesteld.
In mijn functie als raadslid van PRO Sliedrecht, wil ik mijn steentje bijdragen aan een nieuw lokaal beleid voor de WMO, en mijn grootste zorg is er voor de mantelzorger, omdat het risico voor overbelasting zo enorm groot is.
Iedereen weet dat mantelzorgen helaas nog steeds vaak op vrouwen neer komt, en dan begrijp ik het landelijke beleid niet meer. Een jonge vrouw moet goed opgeleid zijn, deze opleiding mag ze niet verloren laten gaan door parttime te werken. Daarnaast moet ze nog 1,8 kind krijgen, voldoende sporten in het kader van een goede gezondheid, vrijwilligerswerk doen en dan te zijner tijd mantelzorgen. En zie daar mijn worsteling.Toen mijn oma ziek werd, waren er 4 dochters met kleine banen. Toen mijn moeder ziek werd waren er 2 dochters met fulltime banen, maar we hebben het gered. Gelukkig heb ik nu geen hulp nodig, maar ik heb 1 fantastische dochter.
Veel mensen die in de komende jaren een beroep gaan doen op de WMO, zullen dit dilemma herkennen. Helaas heb ik op dit moment nog geen pasklare creatieve oplossing voor mijn worsteling, maar ik ben er wel van overtuigd dat mijn partij PRO Sliedrecht meer geld over heeft voor zorg dan voor een tunnel en/of een fly-over.
Hanny Visser, Raadslid PRO Sliedrecht









