Het badhuis in Sliedrecht.
Het badhuis in Sliedrecht. HVS

Sliedrecht in oorlogstijd - Stil verzet in Sliedrecht

5 februari 2025 om 11:36 Historie

SLIEDRECHT Vorige week maandagavond 27 januari vond er in de Dijksynagoge een indrukwekkende herdenking van de holocaust plaats. Hierbij werden ook de namen voorgelezen van de uit Sliedrecht weggevoerde Sliedrechtse Joden. Dat is telkens weer een aangrijpend moment. Burgemeester De Vries stond in zijn toespraak stil bij de vraag: “Hoe zouden wij zelf handelen in soortgelijke omstandigheden? Wat zou jij doen? Wat zou ik doen?”.

door Laurens Koppelaar

Hoewel het overgrote gedeelte van het Sliedrechtse gemeentebestuur, het politiekorps en ook de Sliedrechtse samenleving weinig tot geen verzet bood en zelfs lijdzaam met de Duitse bezetter meewerkte, waren er gelukkig ook Sliedrechters die wel verzet boden. Onder hen ook enkele gemeenteambtenaren die (net als meerdere werknemers van Sliedrechtse bedrijven) tijdens de vergeten april-mei staking in 1943 hun werk uit protest neerlegde met als gevolg dat als straf de toenmalige gemeentesecretaris werd ontslagen en van de desbetreffende gemeenteambtenaren salaris werd ingehouden.

Maar ook in 1941 toen er steeds meer anti Joodse maatregelen werden afgekondigd vond er stil protest plaats vanuit de Sliedrechtse samenleving. Zo werden er in het Sliedrechtse badhuis (Middeldiepstraat 22 en 24) anti Duitse liedjes gezongen en gefloten. Dit tot grote irritatie van Sliedrechtse NSB’ers. En daarom besloot het gemeentebestuur op 1 mei (op advies van de politie) om in het badhuis een bord/document op te laten hangen waarop stond: “Men wordt verzocht geen voor anderen krenkende liederen te zingen of te fluiten”.

En ook vanuit enkele Sliedrechtse scholen kwam stil verzet. Dit naar aanleiding van de brief van 1 september van burgemeester Popping aan alle Sliedrechtse scholen waarin hij schrijft dat zij aan hem een overzicht moesten sturen van het aantal Joodse leerlingen (inclusief geboortedatum en adres) dat bij hen op school zaten. Deze brief schreef hij na aanleiding van een brief van 16 augustus 1941 afkomstig van de secretaris-generaal J. van Dam van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming. In deze brief staat dat de Rijkscommissaris van het bezette Nederlandsche gebied Seyss-Inquart wil dat de Joodse schoolkinderen op korte termijn naar aparte Joodse scholen gaan. Voordat dit gebeurt moet eerst worden vastgesteld hoeveel Joodse kinderen er op Nederlandse scholen zitten. En daarom moeten alle gemeentebesturen de scholen in hun gemeente verzoeken een overzicht te sturen.

Maar niet alle Sliedrechtse scholen waren daartoe bereid. Zo liet het bestuur van de Bond van de Christelijke scholen weten: “In antwoord op uw schrijven van 1 sept. J. L. deelen wij U beleefd mede, dat wij het in strijd achten met Gods Woord en de inspraak van ons geweten om in eeningen vorm medewerking te verleenen aan het verwijderen op onze scholen van kinderen, waarvoor de ouders Christelijk onderwijs begeeren, ongeacht van welke afkomst of ras deze kinderen ook zijn, naar het bevel van Christus het Evangelie te brengen aan, en te onderwijzen alle volken en creaturen.”

En ook het bestuur van de Vereeniging voor Christelijk Onderwijs te Sliedrecht liet weten hier niet aan mee te zullen werken. Zij schrijven: “In beleefd antwoord op Uw schrijven, dato 1 September, moeten wij U tot onzen spijt mededeelen, dat Gods Woord en ons geweten ons verbieden, mede te werken aan de uitvoering van bedoelden maatregel.”

Het lijken met de kennis van nu misschien kleine daden van verzet. Maar hoe zouden wij zelf handelen in soortgelijke omstandigheden? Wat zou jij doen? Wat zou ik doen?

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie