
Sliedrecht in oorlogstijd - Het Sliedrechtse noodziekenhuis
15 november 2024 om 08:04 HistorieSLIEDRECHT Op 12 september 1939 schrijft de commissaris van de koningin in Zuid-Holland Van Karnebeek aan burgemeester Popping dat er in de provincie noodziekenhuizen moeten worden opgericht voor eventuele slachtoffers van luchtaanvallen die langdurigere medische zorg nodig hebben. Hij vraagt hem of hij het voortouw zou willen nemen om met de gemeenten uit de omgeving in gesprek te gaan met als doel de oprichting van een noodziekenhuis. In de overleggen die onder leiding van burgemeester Popping volgen wordt er met de gemeenten: Oud-Alblas, Alblasserdam, Bleskensgraaf, Nieuw-Lekkerland, Streefkerk, Brandwijk, Molenaarsgraaf, Wijngaarden, Giessendam, Giessen-Nieuwerkerk, Peursum, Schelluinen, Ottoland, Goudriaan, Groot-Ammers, Langerak, Nieuwpoort en Hardinxveld een overeenkomst gesloten voor een gezamenlijk bekostigde noodziekenhuis in Sliedrecht. Deze overeenkomst duurt 5 jaar en gaat in per 1 januari 1940. Al deze gemeenten samen tellen 48042 inwoners. Er wordt daarom afgesproken om in het noodziekenhuis de mogelijkheid te creëren voor het plaatsen van 60 bedden. Als locatie wordt gekozen voor het 15 bedden tellend Groene Kruis ziekenhuis door deze tijdelijk uit te breiden door het daar vlakbij gelegen gymnastieklokaal (bij de oudere generaties Sliedrechters beter bekend als C12 en bij de jongere generaties Sliedrechters als het verenigingsgebouw van muziekvereniging Crescendo) en een daaraan grenzend lokaal in te richten tot noodziekenhuis.
door Laurens Koppelaar
Op 27 oktober 1939 schrijft burgemeester Popping een brief aan de Sliedrechters over de oprichting van het noodziekenhuis en dat daarvoor bedden nodig zijn. Hij vraagt daarom om voor 2 november een opgave door te geven van het aantal bedden men in de woning aanwezig heeft die niet regelmatig gebruikt worden en of dat het eenpersoons- of tweepersoonsbedden zijn. Als antwoord op zijn brief laten verschillende Sliedrechters weten bedden beschikbaar te hebben. Zo laat apotheker Van den Berg weten 2 eenpersoonsbedden beschikbaar te hebben, tandarts H. J. Bast 1 tweepersoons opklapbaar bed en nog 1 eenpersoonsbed, arts G. B. van Leeuwen 1 eenpersoonsbed, Hartog den Hartog (medeoprichter van de Sliedrechtse Football Club voetbalvereniging in 1912 welke na een fusie is opgegaan in het vandaag de dag nog steeds bestaande Sliedrechtse voetbalvereniging VV Sliedrecht) 1 tweepersoonsbed en burgemeester Popping zelf schenkt 1 tweepersoonsbed en 2 eenpersoonsbedden. En zo worden de bedden bijeengebracht door de Sliedrechtse gemeenschap.
Hoe vaak het noodziekenhuis precies is gebruikt is niet terug te vinden in de gemeentelijke archieven. Wel is bekend dat er in ieder geval tijdens de treinramp op 27 november 1942 gebruik van is gemaakt.
Op 30 augustus 1945 schrijft burgemeester Popping een brief aan burgemeesters aan de burgemeesters van de andere gemeenten dat het Sliedrechtse gemeentebestuur van mening is dat nu de oorlog is afgelopen het noodziekenhuis niet meer nodig is en dat het kan worden opgeheven. Zij delen zijn mening en dus wordt er een liquidatie commissie in het leven geroepen voor de financiële en materiële afwikkeling van het noodziekenhuis. De overgebleven spullen als waskommen, washandjes en handdoeken etcetera worden verdeeld onder de gemeenten en de bedden gaan voor het grootste gedeelte naar Alblasserdam naar de door het bombardement op Alblasserdam getroffen gezinnen waarmee er na 5 jaar een einde kwam aan het Sliedrechtse noodziekenhuis.
Tips, spullen of vragen voor Laurens Koppelaar? Die kunnen worden gesteld via info@sliedrechtinoorlogstijd.nl.

















