
Huismus op één in Sliedrecht
31 januari 2024 om 11:23 DierenSLIEDRECHT Dit weekend was de Nationale Tuinvogeltelling. Waar landelijk gezien de huismus al sinds 2001 op nummer één staat, wijkt Sliedrecht daar dit jaar niet van af. In de tuinen werden 247 mussen waargenomen. De koolmees pakte de tweede plaats met 169 waarnemingen. Deze positie werd gedeeld met de kauw (landelijk 5e), waarvan er ook 169 werden gezien. In totaal deden 159 inwoners van Sliedrecht mee aan de tuinvogeltelling, zij telden samen 1496 vogels.
door Louis van Oort
Van vrijdag tot en met zondag kon iedereen een moment uitzoeken om een half uur lang de vogels in de tuin te tellen. Omdat dat al jarenlang massaal gebeurt in heel Nederland krijgt Vogelbescherming een goed beeld hoe het met de verschillende tuinvogelsoorten gaat. Dat geeft dan weer aanknopingspunten voor een betere bescherming. Bijna 114 duizend mensen telden ruim 1,6 miljoen vogels in de Nederlandse tuinen, waarbij de top 3 - het lijkt haast wel de Top 2000 - zon beetje in beton gegoten is: op 1 de huismus, op 2 de koolmees en op de derde plaats de pimpelmees.
![]()
Vogelbescherming Nederland
SLIEDRECHT
In totaal 159 deelnemers in Sliedrecht telden de vogels in hun tuin en op het balkon, en dat leverde 1496 vogels op. In het Baanhoek-gebied was het aantal tellers bescheiden, met maar een handjevol ingestuurde tuinen. Met uitzondering van de spreeuw kwamen alle soorten uit de top tien in Hardinxveld-Giessendam ook voor in de landelijke top tien.
![]()
De Sliedrechtse Top-10 plus de locaties van de tuinen waar allemaal geteld is (zie hier voor interactieve kaart) - Vogelbescherming Nederland.
HUISMUS
Dit jaar werd opgeroepen extra uit te kijken naar de huismus. Deze vogel staat weliswaar sinds jaar en dag op nummer 1, maar ondertussen zijn wel sinds de jaren ‘80 de aantallen gehalveerd. Belangrijkste redenen zijn het verdwijnen van broed-, schuil- en voedselplekken. Omdat we onze huizen beter isoleren, zijn er steeds minder open plekjes (bijvoorbeeld onder een kapotte dakpan) waarin mussen kunnen nestelen. Daarnaast trekken we onze tuinen steeds strakker, met tegels en schuttingen, in plaats van ruimte te bieden struikjes en hagen.
Met de inrichting van je tuin kun je dus rekening houden met de huismus
,,Je kunt de huismus helpen door het ophangen van speciale mussennestkasten – vooral die waar meerdere paartjes in terecht kunnen, want het zijn gezellige dieren”, aldus de Vogelbescherming. ,,Maar mussen hebben meer nodig. Voedsel is natuurlijk een belangrijke vereiste: zaden in het winterhalfjaar en zaden én insecten in het broedseizoen. Ook belangrijk is de aanwezigheid van dichte struiken of bomen, waar de vogels zich bij onraad – de kat van de buren of een langsscherende sperwer – in terug kunnen trekken. Met de inrichting van je tuin kun je dus rekening houden met de huismus.”
Het lijkt er overigens op dat mensen zich meer bewust worden van het vogelvriendelijk maken van hun tuin; mede door evenementen als de Nationale Tuinvogeltelling. De stand van de huismus begint namelijk te stabiliseren en hopelijk is er binnen niet al te lange tijd weer een vooruitgang te zien.
PER PROVINCIE
Dit valt verder op in de regionale cijfers van de Nationale Tuinvogeltelling:
In Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland waren afgelopen weekend de meeste tellers actief. In deze drie provincies werden ook absoluut gezien de meeste vogels gespot.
In Drenthe en Zeeland (zo’n 9 deelnemers per 1000 inwoners) en Utrecht en Friesland (ongeveer 9 deelnemers per 1000 inwoners) werd relatief het meest fanatiek geteld.De huismus en de koolmees waren in alle provincies de meest en op een na meest getelde vogelsoort.In Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant komt de kauw in de top vijf voor. Flevoland is de enige provincies waar de ekster betrekkelijk vaak werd gezien. Limburg en Utrecht zijn de enige provincie waar de houtduif in de top vijf eindigt.
Op bovenstaande kaart vind je per provincie het totale aantal getelde vogels tijdens de Tuinvogeltelling van 2024. Door het aantal getelde vogels te delen door het aantal deelnemers is het gemiddeld aantal getelde vogels per deelnemer berekend. Dit getal bepaalt de kleur van de provincie op de kaart.
Van vrijdag 26 tot en met 29 januari 12.00 uur konden vogelaars hun telling doorgeven op de site van de Vogelbescherming. De cijfers op bovenstaande kaart zijn op maandag 29 januari om 13.00 overgenomen.
















