
Sliedrecht in oorlogstijd - Bombardement op Sliedrecht 1940
24 januari 2025 om 11:07 HistorieSLIEDRECHT Op kerstavond 24 december 2024 werden er op de begraafplaats lichtjes geplaatst bij de graven van de Sliedrechtse oorlogsslachtoffers. Onder de aanwezigen waren deze keer ook meerdere overlevenden en directe nabestaanden (kinderen en kleinkinderen) van slachtoffers van de bombardementen op Sliedrecht aanwezig. Zo ook van het bombardement op 8 juli 1940.
Op die dag wierp een Engelse bommenwerper enkele bommen af boven Sliedrecht. Zeer waarschijnlijk waren enkele schepen die in de haven lagen het doelwit, maar de bommen kwamen terecht op de naastgelegen woonwijk met veel dodelijke slachtoffers, gewonden en schade tot gevolg. Er is vaak geschreven dat de bommenwerper een Vickers Wellington was. Echter, uit archiefstukken uit het National Archives in London blijkt dat de Engelsen op deze dag overdag in Nederland enkel met Blenheim bommenwerpers hebben gevlogen en dus moet de bewuste bommenwerper wel een Blenheim bommenwerper geweest zijn.
Op 5 augustus kwam de Sliedrechtse gemeenteraad voor het eerst na het bombardement in vergadering bijeen. Burgemeester Popping stond aan het begin van de vergadering stil bij het bombardement.
“Het is thans 4 weken geleden, dat onze gemeente door een ontzettende slag werd getroffen. Gedurende dagen van den oorlog zelf en de daarop volgende acht weken gespaard gebleven voor groote rampen, werden op 8 juli des middags om 2.20 u,, op de westelijke uitbreiding van de Brugstraat, de Prins Hendrikstraat en de Julianastraat meerdere huizen door bominslag getroffen. Voor zoover kon worden vastgesteld, werden door een vliegtuig zeven bommen uitgeworpen, waarvan er 3 of 4 op deze straten neerkwamen en hier hun vernietigend, waarschijnlijk bestemd voor twee in de haven liggende hopperzuigers, werk verrichten. Er vielen vele slachtoffers. Behalve vele lichtgewonden, vielen al dadelijk acht dooden te betreuren en er waren nog acht zwaargewonden, van wie eene een paar dagen later overleed.”
Hierna las burgemeester Popping de namen voor van de omgekomen slachtoffers: Andries Cornelis Struijk, 39 jaar; Neeltje Struijk - de Landgraaf, 29 jaar; Sijgje Van der Vlies - Koppelaar, 43 jaar; Maaike Herberdina Boeren - Mellegers, 39 jaar; Annigje Boer, 6 jaar; Maria Pietje Van der Zwaan - Visser, 34 jaar; Marigje Monster - Vogel, 40 jaar; Adrianus Monster, 15 jaar; Neeltje Visser - de Jager, 33 jaar.
Hierna vervolgde hij met:
“Op een afzonderlijke plaats op de begraafplaats zijn zij bij elkander ter aarde besteld. Wij hebben gemeend in den geest van den raad te handelen door hiervoor eigen graven ter beschikking te stellen. Onze hartelijke deelneming gaat uit naar de bloedverwanten der slachtoffers, die zoo geheel onverwachts en op zoo wreede wijze hunne geliefde echtgenooten, kinderen of aanverwanten moesten missen. Dat de diepbetreurde slachtoffers thans in vrede mogen rusten. Ik verzoek u, u van uw zitplaatsen te willen verheffen en hen in eerbiedige stilte te willen gedenken.”
Helaas zou dit niet het de eerste en de laatste bombardement op Sliedrecht zijn waarbij dodelijke slachtoffers te betreuren waren. Daar in een volgend verhaal meer over. Volgende keer neem ik u mee naar het volgende oorlogsjaar: 1941. Het jaar waarin (onder andere) door de Duitse bezetter de lokale democratie werd afgeschaft en er daardoor een einde kwam aan de Sliedrechtse gemeenteraad. Iets wat tot na de bevrijding zou blijven duren.

















