
Sliedrecht in oorlogstijd - Bombardement op Sliedrecht 1945
23 april 2025 om 11:25 HistorieSLIEDRECHT Afgelopen kerstavond werden er lichtjes geplaatst op de graven van Sliedrechtse oorlogsslachtoffers. Onder de aanwezigen waren ook meerdere nabestaanden van Sliedrechters die zijn omgekomen tijdens bombardementen die Sliedrecht in de oorlogsjaren trof. Hun persoonlijke verhalen zijn niet alleen heel aangrijpend om te horen, ze laten ook zien dat de gevolgen van deze bombardementen nog altijd doorwerken. Zelfs na 80 jaar.
door Laurens Koppelaar
Op 8 juli 1940 was Sliedrecht zwaar was getroffen door een bombardement waarbij negen doden vielen. Hierna was op 3 november 1943 de oprichter en directeur van scheepswerf Baars: Arie Baars (68 jaar) omgekomen op zijn scheepswerf bij een beschieting door geallieerde vliegtuigen die het voorzien hadden op schepen op de rivier. Ruim een jaar later volgde het bombardement op 15 oktober 1944 waarbij Jan Jongsma (36 jaar) omkwam en exact twee weken later op 30 oktober 1944 volgde een bombardement op de Sliedrechtse rijksweg waarbij de toevallig passerende Rotterdammers: Johannes Poppeliers (49 jaar), Barend Johannes Bemond (40 jaar) en Theodorus Johannes van Rijn (42 jaar) omkwamen. Hier bleef het niet bij want ook de eerste dag van wat het laatste oorlogsjaar zou worden eindigde gitzwart door meerdere bombardementen.
In de ochtend van 1 januari 1945 werd de Molenstraat (nu L. van der Wielstraat geheten) getroffen door bommen. Hierbij kwamen Teunis Kazen (74 jaar) en zijn vrouw Jannigje Kazen-Pijl (70 jaar) om het leven net als hun zoon Jacob Kazen (35 jaar) en schoondochter Pietje Aaltje Kazen-Verhoef (34 jaar). Hun drie jonge kinderen waren in één klap wees. Ook buurjongen Maarten Ruis (6 jaar) kwam hierbij om.
Die middags volgde er eerst een bombardement op de haven waarbij Jan Wisselink (11 jaar) en Gerrit Arnoldus Teeuwe (57 jaar) omkwamen. Daarna volgde er nog een bombardement waarbij garage Kramer (nu is daar doe-het-zelf zaak Piet van der Knaap gevestigd) geraakt werd en waarbij Pietje Kramer-Leeuwestein (24 jaar) omkwam. Haar baby’tje bleef wonderwel ongedeerd.
“Het is prachtig weer en het belooft een mooie dag. Het wordt echter een zwarte dag voor Sliedrecht.” Zo begon een Sliedrechtse politieagent het dagverslag van die dag in zijn dagboek. Om 11.35 uur was hij op de Merwesingel (nu Adriaan Volkersingel geheten) toen er 4 Engelse vliegtuigen over Sliedrecht vlogen. Hij schreef daarover: “De toestellen zwenkten plotseling links af en beginnen raketbommen af te werpen, kennelijk op de haven van onze gemeente. Wij vluchten naar binnen, doch spoedig begaf ik mij naar de hoofdpost. Inmiddels was er werkelijke dienst gegeven. Het bleek, dat een voltreffer terecht was gekomen in een tweetal panden a/d Molenstraat. Helaas bevond zich een 5 tal slachtoffers onder het puin, die slechts dood geborgen konden worden.”
Over de bombardementen van die middag schreef hij: “Toen ik des namiddags van een inspectietocht over den Rivierdijk terugkeerde zag ik 8 vliegtuigen uit het zuiden naderen. Plotseling zwenkten zij naar links en begonnen te schieten en raketbommen te werpen. Het was een oorverdovend lawaai.” En: “Nadat de hulpdiensten waren uitgerukt bleken er drie dooden te zijn en een tiental gewonden. Twee dooden waren er in de haven op het ijs en één, de vrouw van E. Kramer, in haar woning.” Hij eindigde zijn dagverslag met: “Dit was een drukke dag met veel ellende en velen stelden zich de vraag: waarom, waarom?!!”
Een vraag die ook nu nog onder sommige nabestaanden leeft. Volgens de berichtgeving in de (geheime) kranten was het doelwit een fabriek die voor de Duitsers werkte en was de aanval succesvol geweest. Volgens verzetskrant Kristall-bulletin was dit ook op radio Oranje verteld. Over de dodelijke slachtoffers die hierbij gevallen waren werd echter met geen woord gerept. In de dagen die volgde werden zij op de begraafplaats begraven. Op zaterdag 6 januari 1945 schreef de politieman: “Gisteren werden de 4 slachtoffers, de twee gezinnen Kazen begraven. Ds. Kwant sprak in de aula. Heden werd de vrouw van Eelhart Kramer begraven, evenals het jongetje van de fam. Ruis. Een berg van leed kwam hier tot uiting.”












