De grafsteen op de algemene begraafplaats in Sliedrecht herinnert blijvend aan het leven én noodlot van Neeltje en Andries.
De grafsteen op de algemene begraafplaats in Sliedrecht herinnert blijvend aan het leven én noodlot van Neeltje en Andries. Privébezit

Ad van den Herik over bombardement Sliedrecht in 1940: ‘Mijn oma en haar kluis vol oorlogsverdriet’

Historie

SLIEDRECHT Op maandag 8 juli 1940 trof het oorlogsleed Sliedrecht kiezelhard. Acht inwoners kwamen om bij een bombardement, waaronder de dochter en schoonzoon van Pietertje van den Herik-Prins. Haar kleinzoon Ad van den Herik (1957) reconstrueerde de noodlottige gebeurtenis en de impact ervan.

door Ad van den Herik

Door mijn handen glijden zwart-witfoto’s waarop mijn grootmoeder Pietertje van den Herik-Prins staat afgebeeld. Een vrouw die de cameralens iedere keer een zachte, bijna serene gelaatsexpressie toevertrouwde. De inmiddels beduimelde kiekjes roepen bepaald geen beeld op van een sleutelbewaarster van een kluis vol verdriet. Toch kende haar leven enkele gebeurtenissen waar een dikke, inktzwarte rouwrand omheen lag. Op maandagmiddag 8 juli 1940 bijvoorbeeld. Voordat ik verhaal over deze dag van dood en verderf, geef ik eerst een kleine rondleiding door het levensmuseum van mijn grootmoeder om de oorlogsverschrikkingen in een bredere context te zien.

WEERHAKEN Als 19-jarige trouwde mijn grootmoeder in 1910 met de even oude Arie de Landgraaf. Zijn wieg stond - net als die van mijn grootmoeder - in Sliedrecht. Nog datzelfde jaar trakteerde het jonge echtpaar op beschuit met roze muisjes vanwege de geboorte van hun dochter Neeltje, ook wel Nel genoemd. In 1914 kreeg Neeltje een broertje: Arie. Helaas overleed het ventje al na een half jaar. Een jaar later beviel mijn grootmoeder opnieuw van een jongetje. Ook deze teerling kreeg Arie als roepnaam. De vreugde om dit nieuwe leven was wederom kortstondig, want dit hummeltje kwam na zes maanden te overlijden, in mei 1916. En nog geen vier weken later stond mijn grootmoeder weer aan de rand van een vers gedolven graf. Daarin lieten de dragers de kist van haar onverwachts overleden echtgenoot zakken. Wat een rampspoed, wat een verdriet: 25 jaar en je hebt al twee kinderen en je echtgenoot verloren. Droefenissen die venijnige weerhaken in haar hart sloegen. En dat ook nog eens in een tijd zonder collectieve voorzieningen waarin weduwen en wezen het zelf maar moesten zien te rooien.

Het verdriet om het verlies van haar eerste echtgenoot en twee zoontjes verdween natuurlijk niet, maar schoof wel een stukje richting achtergrond

Maar mijn grootmoeder toonde zich een krachtige vrouw. Naast de opvoeding van dochter Neeltje, ging ze een winkeltje runnen om in haar levensonderhoud te voorzien. Ik meen dat ze huishoudartikelen verkocht, maar dat weet ik niet zeker. Ondertussen kreeg ze ‘kennis aan’ mijn grootvader Adriaan van den Herik (1888-1956). Daarmee verscheen ze in 1921 voor de Sliedrechtse burgemeester Koos Drijber om elkaar het jawoord te geven. Het verdriet om het verlies van haar eerste echtgenoot en twee zoontjes verdween natuurlijk niet, maar schoof wel een stukje richting achtergrond. Zeker nadat in 1930 de kaartjes op de bus gingen waarin mijn grootouders de geboorte van hun zoon, mijn vader, Jan van den Herik annonceerden. De (half)broer van Neeltje dus. En nog geen drie jaar later hingen er slingers aan het plafond. Het hiep hiep hoera klonk voor Neeltje die met Andries Struijk in het huwelijksbootje stapte. Het kersverse echtpaar vestigde zich in de Prins Hendrikstraat in Sliedrecht. Op nummer 48. Daar vertoefde Neeltje trouwens vaak alleen, want Andries werkte in de (internationale) baggerindustrie. Hij zwierf over de hele wereld en bivakkeerde vaak maanden achtereen op een baggerschuit in Costa Rica, Trinidad, Panama en andere verre oorden.

FLUITENDE PROJECTIELEN Maar op maandag 8 juli 1940 had Andries verlof en zat hij thuis. Samen met Neeltje hoorde hij aan het begin van de middag ronkende vliegtuigen overkomen: Engelse bommenwerpers van het type Vickers Wellington. Een stukje verderop op de Rivierdijk, die toen nog wijk A heette, vielen ook voor mijn grootouders de krachtige decibels uit het luchtruim niet te negeren. Net zoals de inslag van de eerste bommen op het bedrijfsterrein van Adriaan Volker in wijk C. Overal in het dorp trilden de ruiten in de sponningen en loeide het luchtalarm. De Engelse piloten richtten vervolgens hun vizier op de schepen in de Sliedrechtse haven om zo de Duitsers een logistieke slag toe te brengen. En dat in een tijd dat nog niemand had gehoord van precisiebommen: luiken open en maar hopen dat ze op de beoogde plek terecht zouden komen. In dit geval dus niet. De fluitende projectielen belandden niet op de vaartuigen maar in de bebouwing, onder andere in de Prins Hendrikstraat. Met een alom verwoestende én dodelijke uitwerking, want Neeltje, Andries en nog zes inwoners waren op slag dood. Bekijk de foto’s van de zwaar beschadigde huizen op de site van de Historische Vereniging Sliedrecht en iedereen begrijpt dat de slachtoffers kansloos waren. Weer ging voor mijn grootmoeder de kluis vol verdriet open om hierin het verlies van dochter Neeltje en schoonzoon Andries een plek te geven.

TWEE MINUTEN Of mijn vader destijds als tienjarig ventje meeliep in de begrafenisstoet, weet ik niet. Vermoedelijk niet. Doorgaans hield men in die tijd kinderen weg bij dit soort gebeurtenissen. Wel bewaarde mijn vader zorgvuldig de dankbetuiging die de getroffen families lieten plaatsen in het in 1869 opgerichte Nieuwsblad voor Sliedrecht: De oprechten dank gaat uit naar B en W van Sliedrecht, H.H. Dokteren, leden van Roode Kruis, en E.H.B.O. en allen die hulp hebben verleend of van medegevoel blijk hebben gegeven. 

Het behoeft weinig betoog dat ik op 4 mei om 20.00 uur tijdens de twee minuten stilte in het bijzonder denk aan Neeltje en Andries. En bovenal aan mijn grootmoeder Pietertje van den Herik-Prins. Zij overleed zelf op 3 juni 1956.

Zalvende uitwerking
De grafsteen op de algemene begraafplaats in Sliedrecht herinnert blijvend aan het leven én noodlot van Neeltje en Andries. Bij de druk bezochte uitvaartplechtigheid op donderdag 11 juli 1940 rekende burgemeester Herman Popping het tot zijn verantwoordelijkheid troostende woorden te richten tot de nabestaanden, waaronder mijn grootouders: …..,,Ik kan slechts de wens uitspreken dat de Grote Heelmeester aan de getroffen familieleden verzachting moge geven, zoals dezelfde Heelmeester weer tijden van rust en voorspoed over de gehele wereld kan schenken……”. Uiteraard goedbedoelde woorden, maar voor mijn grootmoeder zullen die bij zo’n verlies nauwelijks een zalvende uitwerking hebben gehad.

Altijd op de hoogte zijn van het laatste nieuws?
Pietertje van den Herik-Prins.
Trouwfoto Andries en Neeltje.
Mijn vader bewaarde de dankbetuiging die de getroffen families lieten plaatsen.
De zwaar beschadigde huizen na het bombardement.
advertentie
advertentie