De journalisten Dave Datema en Aries van Meeteren hebben, met behulp van collega's, vele tientallen gebeurtenissen uitgediept. De moord op Arie Blokland is er één van.
De journalisten Dave Datema en Aries van Meeteren hebben, met behulp van collega's, vele tientallen gebeurtenissen uitgediept. De moord op Arie Blokland is er één van. prive

‘Opscheppende wanbetaler’ vermoordt veevoerhandelaar in stal

Historie

HARDINXVELD-GIESSENDAM In de voorbije honderd jaar is Hardinxveld-Giessendam vijf keer opgeschrikt door een moordzaak. Van stationschef Jacob de Jong tot machineboer Johan de Waal; hoe vijf dorpelingen aan hun lugubere einde kwamen. Deze week: het tweede deel over de dood van de joviale veevoerhandelaar Arie Blokland. Het net rond hoofdverdachte Gerard de G. sluit als een getuige hem herkent aan zijn ‘showachtige loopje’. Lees hier het eerste deel. 

door Alex Monster

Arie Blokland, 11 december 1965

De gewelddadige dood van Arie Blokland had de tongen al los gemaakt in de Alblasserwaard. Maar de arrestatie van zijn neef is helemaal het gesprek van de dag. Toch lijkt zijn mogelijke betrokkenheid maar weinigen te verbazen. Gerard staat algemeen bekend als een harde man, een opschepper en een wanbetaler wiens boerenbedrijf op omvallen zou staan.

Hij zou de lagere school niet hebben afgemaakt en bij de marine zijn gegaan waar hij in verschillende gevechtstechnieken is getraind. Ook zeggen mensen dat hij regelmatig in de rosse buurt van Rotterdam te vinden zou zijn, ondanks het feit dat hij een verloofde had die trouwplannen maakte.

Het contrast met Arie Blokland kan niet groter zijn, zeggen de stamgasten van kroegen in de Alblasserwaard waar de veevoerhandelaar een graag geziene gast was. ,,Arie was een hardwerkende en joviale man. Zijn opgeruimdheid en zonnige humeur werkten aanstekelijk”, weten ze te vertellen. ,,Hij stond ook klaar om te helpen als iemand in moeilijkheden verkeerde.”

Arie stond bekend als een man met ‘de grote zwaai’, dat wil zeggen als een gul iemand. Het geld dat hem nu noodlottig is geworden, ‘zat los in zijn zak’. Velen herinneren zich nog hoe Arie ooit als jongetje van elf jaar oud twee van zijn broertjes redde toen een brand hun boerderij in Giessendam in de as legde. Hij kreeg er in 1931 onder meer een spaarbankboekje met honderd gulden voor als beloning van het Carnegie-heldenfonds. Is Gerard jaloers geweest op zijn succesvolle neef?

Maar voor sommigen is het wijzen naar Gerard de G. te gemakkelijk. Zo zegt een van de kroegbezoekers: ,,De boeren hier moeten maar eens leren om via de bank of de giro te gaan werken. Het is onverantwoord je leveranciers met zoveel geld op pad te sturen. Dat vraagt om moeilijkheden!” Het zou volgens hem veel beter zijn als boeren de bankbiljetten eindelijk eens zouden vervangen door chequeboekjes. Dat is niet alleen veiliger voor de handelaren, maar ook de boeren zouden misschien beter slapen als ze minder contant geld in huis zouden hebben.

BLOEDSPOREN De politie doorzoekt op de dag van de uitvaart het huis en het erf van Gerard de G. In het aardappelhok worden bloedsporen gevonden. Ook blijken enkele tientallen aardappels onder het bloed te zitten. Bloed van een koe, zegt Gerard. Maar laboratoriumonderzoek wijst uit dat het gaat om bloed van een man met dezelfde bloedgroep als Arie Blokland (die een andere bloedgroep heeft dan Gerard). Gerard blijft volhouden dat hij niets met de dood van Arie te maken heeft.

De politie hoort ondertussen allerlei getuigen. Zoals een groep mensen die op 11 december, de dag na de moord, op een feestje was waar ook Gerard en zijn verloofde langs kwamen. Er werd toen uitvoerig gesproken over de moord op Arie Blokland. Mensen kregen het idee dat Gerard er meer van wist, vertellen ze. Zo was officieel niet bekend waar het lichaam van Arie precies was gevonden. Maar Gerard zou hebben verteld dat het in een rietgors langs de Lekdijk was.

En tijdje lijkt het onderzoek in een impasse te zijn beland. Direct bewijsmateriaal dat Gerard met de dood van Arie te maken had, ontbreekt. Dan komt in februari 1966 een schilder op de proppen met het verhaal dat hij op 12 december 1965 Gerard heeft gezien bij een plas water langs de provinciale weg, in de buurt van zijn boerderij. Dat is voor de politie aanleiding om daar op 1 maart te gaan dreggen. Er komen een spijkerbroek, een trui en een overhemd tevoorschijn. Gerard zegt de kleren niet te kennen, maar getuigen, onder wie zijn verloofde (dan inmiddels ex-verloofde), weten zeker dat ze van hem zijn. In de broek zit een knipmes waarvan het lemmet overeenkomt met de steekwonden van Arie Blokland.

De politie houdt ook reconstructies, onder meer op Katendrecht. De bewoonster van de Katendrechtsestraat die op 10 december 1965 iemand de VW 1500 van Arie zo beroerd had zien inparkeren herkent Gerard de G. aan zijn ‘showachtige loopje’.

Ik had mest aan mijn handen toen ik ze aanpakte

Langzaam maar zeker sluit het net rond Gerard de G. zich. Er volgt nog onderzoek naar drie kwitanties die Arie op 10 december aan zijn neef zou hebben gegeven. De papiertjes waren nat, toen agenten ze destijds bekeken. ,,Ik had mest aan mijn handen toen ik ze aanpakte”, verklaart Gerard. Maar een nadere inspectie van de kwitanties brengt aan het licht dat er bloedspetters op zitten die niet van Gerard zijn.

Het komt, vrijwel een jaar na dato, tot een rechtszaak in Dordrecht, met twee lange zittingsdagen, waarin tal van getuigen worden gehoord. Uiteindelijk komt justitie op 15 december 1966 tot de eis van vijftien jaar cel voor gekwalificeerde doodslag, met aftrek van het jaar dat Gerard de G. in voorarrest heeft gezeten. Dat is niet de maximumstraf. Onderzoek in de Psychiatrische Observatiekliniek van het Gevangeniswezen in Utrecht wijst uit dat Gerard een laag IQ heeft en een sterk gestoorde persoonlijkheid met een zeer onvrije en gespannen persoonlijkheidsstructuur. ,,De hemel mag weten wat er gebeurt als het gaat overkoken”, zegt professor Kloek van de kliniek op de rechtszitting. Justitie meent daarom dat Gerard ontoerekeningsvatbaar is. Iemand met zulke geestelijke gebreken is niet slim genoeg voor moord met voorbedachte rade, redeneert justitie. Bovendien: voor de strafmaat maakt het niet uit of het misdrijf moord of gekwalificeerde doodslag is, zegt officier van justitie W.A. de Saint Aulaire. Tbr (ter beschikking aan de regering, de voorloper van tbs) zou volgens hem niet nodig zijn.

TWIJFEL De verdediging zaait twijfel. Heeft Gerard de G. Arie wel in zijn eentje vermoord? Arie was namelijk een grote man van 1,85 meter. Waren er geen andere daders? Dat blijkt niet goed te zijn onderzocht door de politie. Bovendien ontbreekt direct bewijs in de vorm van vingerafdrukken. De verdachte had geen bloed of andere sporen van geweld op zijn lichaam. En was Gerard de G. echt de laatste klant van Arie? Door de telefoon had hij geen naam genoemd. Is hij niet gewoon onderweg vermoord door iemand die weet dat handelaren aan het eind van de dag altijd met een volle portemonnee rondlopen?

De rechtbank vindt de betrokkenheid van Gerard de G. bij de dood van Arie Blokland wél overtuigend bewezen. Op 23 december 1966 veroordeelt rechter H. van Zeggeren hem bovendien voor moord. Hij zou Arie in de stal hebben gedood en vervolgens het lichaam met Arie’s eigen VW 1500 hebben vervoerd naar een rietgors langs de Lek. Daar zou hij het stoffelijk overschot in het water hebben gegooid. Vervolgens reed Gerard door naar Katendrecht om daar de auto van Arie te parkeren. Hij stapte vervolgens op de trein naar Utrecht, waar hij wat dronk in een café en uiteindelijk een taxi nam naar Ottoland. Thuis pakte hij zijn auto, reed naar de kroeg in Brandwijk en ging tenslotte naar de verjaardag van een van de buren. Al deze handelingen wijzen volgens de rechter op berekening. En dus op moord. Hij legt hem vijftien jaar cel op, met aftrek van voorarrest, en stelt hem ter beschikking van de regering. Gerard de G. ontkent en gaat in hoger beroep.

Het hoger beroep dient op 30 en 31 mei 1967. Gerard herhaalt voor het gerechtshof dat hij niets met de dood van Arie Blokland te maken heeft. Opnieuw worden de getuigen gehoord die eerder al voor de rechtbank waren verschenen. Het Hof concludeert op 15 juni dat Gerard de G. Arie heeft gedood, het lijk heeft vervoerd en weggemaakt en de auto heeft achtergelaten in Katendrecht. Maar het hof komt niet verder dan doodslag. En omdat Gerard verminderd toerekeningsvatbaar is veroordeelt het hof hem tot een celstraf van twaalf jaar met aftrek van voorarrest, zonder tbs.

Gerard de G. komt vrij op 19 juni 1974. Maar lang blijft hij niet op het rechte pad. Volgens het Opsporingsblad van de politie heeft hij zich nadien bezig gehouden met heling. Bij zijn arrestatie in Den Bosch op 3 maart 1975 zijn er allerlei spullen bij hem gevonden die bij meerdere inbraken zijn ontvreemd, waaronder drie auto’s. Ook heeft hij een geladen vuurwapen bij zich.

De zaak spreekt jaren later nog altijd tot de verbeelding. Jan W. Klijn uit Groot-Ammers schrijft in 1994 ‘Moord in de Alblasserwaard’. Hij baseert het boek op gesprekken met de weduwe en krantenartikelen. Het boek beleeft zes herdrukken. In 2019 komt hij met een roman op basis van het complete politiedossier, ‘Onrecht in de Alblasserwaard’.

Bovenstaand verhaal is geschreven door de journalisten Dave Datema en Aries van Meeteren. Op hun website dagvantoen.nl staan prachtige historische verhalen uit de regio groot Rijnmond.

Lees ook het eerste deel over de moord van Arie Blokland. 

De andere verhalen over Hardinxveldse moordzaken:

- De laatste halte van de vermoorde stationschef Jacob de Jong (deel 1)

- De moord die de Nederlandse rechtsgeschiedenis op z’n kop zette (deel 2, slot)

- Twee moorden waar maar schoorvoetend over gesproken werd

Volgende week in de krant: de zaak Johan de Waal, de moord waar de voorbije maanden zoveel over geschreven is.

advertentie