
Echt Sliedrechts kerstverhaal: Upcyclen
25 december 2023 om 11:31 Column Echt SliedrechtsGewapend met een setje schroevendraaiers en ander klein gereedschap is Henk elke week in het repaircafé te vinden. Al heel wat apparaten gaf hij een tweede leven. Soms neemt hij een afgedankt toestel mee naar huis en dan knutselt hij er iets anders van. Zo heeft hij van een glazen koffiekan een bloemenvaas geverfd. Henk gooit niet graag iets weg. Z’n huis begint al aardig op een kringloopwinkel te lijken.
Hij is amper thuis of de bel gaat. ‘Maria! Wat leuk!’ Henk is altijd blij om zijn kleindochter te zien. Als ze even later in haar thee roert, zegt ze: ‘Opa, weet u dat u eigenlijk niet aan het recyclen bent, maar aan het upcyclen? Kent u dat woord?’ Up-cyclen? Nee, daar heeft hij nog nooit van gehoord. ‘Wat is dat nu weer? Tegen een berg op fietsen of zo?’ ‘Ha ha, nee opa,’ zegt Maria, ‘dat is dat je iets recyclet, maar het tegelijk béter maakt. Bij recyclen blijft alles hetzelfde: een jas wordt gewoon nog een keer gebruikt. Maar bij upcyclen is elke volgende ronde een niveautje hoger.’ In gedachten ziet Henk de parkeergarage in de stad voor zich. Die lijkt op een soort kurkentrekker. Upcyclen, ja toch wel een mooi woord. Dat je oude spullen niet alleen hergebruikt, maar mooier maakt. Interessant. Er zijn natuurlijk grenzen: je maakt van een metalen strijkplank niet zomaar een surfplank.
‘Gaan we naar de kringloopwinkel, opa?’ ‘Ja leuk, kom, we springen gelijk in de auto.’ Wat is het heerlijk om op hun gemakje langs een massa afdankertjes te struinen. Maria is net zo gek op ouwe spullen als opa. Henk stuit op een antiek, oudroze geverfd kastje. De materialen zijn afkomstig van hele verschillende oude kastjes en tafels. Hij fluit tussen z’n tanden. Dit is vakwerk. Hier is echt iemand bezig geweest die erg goed is in … upcyclen. Wie zou dat hebben gemaakt? Het is echt geweldig.
Dan ziet hij een vrouw met het logo van de kringloopwinkel op haar vest. ‘Mevrouw, mag ik u iets vragen? Mag ik weten wie dat kastje heeft gemaakt?’ ‘Jazeker. Dat is Arthur. Goed is hij, hè? Hij maakt overal iets nieuws van. We noemen hem de Eindbaas. Die groene deur door, dan komt u in zijn atelier. Neem gerust een kijkje. Vindt-ie leuk.’
‘Kom mee,’ zegt Henk tegen Maria, en even later zien ze Eindbaas Arthur bezig. Diep geconcentreerd bewerkt hij met een fijn kwastje een eeuwenoude zware tafel. Maria zegt: ‘Wauw! Hoe doet u dat?’ Arthur schuift zijn veiligheidsbril over zijn voorhoofd en kijkt haar aan vanonder twee enorme, borstelige, grijze wenkbrauwen. ‘Het begint met kijken. Aandachtig kijken. Totdat je iets nieuws ziet in het oude. En dan… heel veel geduld.’
Vol bewondering kijken ze rond. Het staat tjokvol met apparaten, kasten, planken en gereedschap. Arthur veegt zijn handen af aan een doek. ‘Ik wil nog een keer een zeef maken waarmee je PFAS uit het water kunt filteren. Maar dat is … nou ja, héél ingewikkeld.’ Ze lopen rond en bedanken Arthur hartelijk voor zijn rondleiding.
‘Zero Waste’, zo heet het naastgelegen restaurantje. Henk neemt een slok van zijn koffie en zucht: ‘Het stelt allemaal zo weinig voor… Ik wou dat ik de grote wereldproblemen kon oplossen. Oorlogen en zo. Hongersnoden.’ ‘Maar opa’, zegt Maria, ‘dat dóet u juist. Uw kleine bijdrage is enorm belangrijk. Denk aan de kurkentrekker. Eén stap tegelijk. De volgende is al een stap verder. Kleine dingen betekenen heel veel.’ Dan gaat Henks telefoon. Na een kort gesprekje fluistert hij: ‘Maria, heb je zin in een heleboel ouwe meuk? Ik mag rondneuzen in het huis van de buurvrouw. Zij gaat naar het verzorgingstehuis. Haar zolder staat vol met … zooi.’ Opa’s ogen glimmen. Maria kijkt naar de klok. Het kan nog wel.
Opa heeft niets te veel gezegd. Oneindig veel dozen, boeken, apparaten en meubels. En veel antieke spullen. Tegen de muur staat een levensgroot schilderij. Er hangt een laken overheen. Maria trekt het weg. Het is een adembenemend mooi schilderij van een gespierde smid die op een aambeeld slaat. Hun monden vallen open.
‘Ik ken die plaat,’ zegt opa. ‘Dat beeld staat voor het gebouw van de Verenigde Naties, in New York. Het is de verbeelding van een Bijbeltekst: Dan zullen ze hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers. Het is een teken van hoop op vrede tussen alle volken.’ ‘Huh? Staat dat echt in de Bijbel?’ vraagt Maria. ‘Wauw! Dát is nog eens upcyclen: zwaarden omsmeden tot ploegijzers! Enne, wordt dat dan vanuit de hemel gedaan of zo? Een soort Eindbaas 2.0?’ ‘Nou’, zegt opa, ‘misschien moet je het meer zo zien dat de Eindbaas de weg wijst. Als mensen toch eens zouden luisteren, elkaar echt in de ogen zien, ja, dan komt er vrede. En als mensen dan naar hun wapens kijken, dan denken ze: Wat moeten we nog met die ouwe rommel? Weg ermee! Wat? We maken er ploegen van. Dan is dat ijzer tenminste nog ergens goed voor.’ Maria veegt met haar hand over de zijkant van het schilderij. Een likje verf over de lijst, dan zou die best leuk staan op opa’s grote kale muur. ‘Maar opa, als er vrede in deze wereld komt, wat doen we dan met al die bommen? En tanks?’ Opa zucht. ‘Tja… nou, dat zien we dan wel weer. Eén stap tegelijk. Eerst elkaar in de ogen zien. Vrede op aarde begint nu eenmaal klein.’
Geert van Dijk















