Wethouders Ed Goverde en Ton Spek met Josia van Meerendonk, Thomas Ebert, Daniël van Meerendonk en Philip Bassa.
Wethouders Ed Goverde en Ton Spek met Josia van Meerendonk, Thomas Ebert, Daniël van Meerendonk en Philip Bassa. Richard van Hoek

Romeinse vondsten in Sliedrecht

Historie

SLIEDRECHT Een aantal jaar geleden vierde Sliedrecht het 950-jarig bestaan van het dorp. Dat er al veel eerder dan rond het jaar 1000 mensen leefden op de plek die we nu Sliedrecht noemen, is pas sinds kort bekend. En dat alles door de vondsten van drie tieners die op pad gingen met hun metaaldetectoren. De jongens deden vondsten waaruit blijkt dat er rond het begin van de jaartelling, in de Romeinse tijd, al een nederzetting moet zijn geweest op Sliedrechtse grond. 

door Marjanne Dijkstra

In de ruimte van het AWN, Nederlandse Archeologievereniging afdeling Lek- en Merwestreek, in Dordrecht liggen alle vondsten van de jongens uitgestald. Scherven van potten, maalstenen, botten van runderen, vuurstenen en glaswerk dat allemaal terug gerelateerd kan worden aan de tijd van de Romeinse overheersing in Europa. De vondsten dateren van 0 tot 300 na Christus. Broers Josia en Daniël van Meerendonk en hun vriend Philip Bassa gaan wel vaker op pad met hun metaaldetectoren. Meestal vinden ze oud ijzer, muntjes, gespen en ander metaal, maar vorige zomer vonden ze op Baanhoek hele andere dingen. Josia vertelt: ,,Ik vond wel eens een Franse rekenpenning, munitie en een metalen pijlpunt, maar dit bleek anders. We vonden echt zoveel dat we al snel door hadden dat we hier met iets bijzonders te maken hadden. Ik had mijn vondsten in een Facebookgroep geplaatst en daar kwamen al snel allerlei termen voorbij die te maken hadden met de Romeinse tijd. Ik heb toen hulp gevraagd aan een bevriende archeoloog en zo zijn we uiteindelijk hier bij het AWN terecht gekomen. Nu proberen we zo vaak mogelijk even hier te gaan kijken en te helpen met uitzoeken. Het is interessant om te doen en we ontdekken steeds wat nieuws.”

Bij het AWN waren ze meer dan verrast door de vondst van de jongens. Joan van Pelt van het AWN vertelt: ,,We wisten van vondsten in Papendrecht en Alblasserdam, maar in Sliedrecht waren nog nooit zulke dergelijke vondsten gedaan. Dat maakt het natuurlijk bijzonder. Er heeft tot 300/350 na Christus - in de tijd van het Romeinse rijk - een inheemse nederzetting geleefd op de plek van de vondsten in Sliedrecht. We kunnen ook zien dat er handel was tussen Sliedrecht en het buitenland (Duitsland). Dat kunnen we herleiden uit de stempel op de standring die is gevonden. De stempel is gezet door een pottenbakkerscentrum in Duitsland. Na die tijd is er waarschijnlijk een tijd geen bewoning geweest. Het Romeinse rijk stortte in en de nederzetting trok weg. Het zou ook kunnen dat het klimaat veranderde waardoor bewoners wegtrokken. Zo rond het jaar 1000 begon er weer bewoning te ontstaan in de Alblasserwaard Dit is oprecht heel erg belangrijk voor de bewoningsgeschiedenis van Sliedrecht. Doordat deze jongens dit hebben gevonden én het hebben gemeld, weten we dit nu. De mooiste vondst? Een stukje glas dat afkomstig is van een Romeins vaasje. Of stukken maalsteen, we weten zo dat deze mensen zelf hun graan maalden.”

Wethouder Ton Spek is blij verrast met de vondsten van de jongens. ,,Dit werpt natuurlijk een heel nieuw licht op de geschiedenis van Sliedrecht. Een aantal jaar geleden hebben we het feest gevierd dat Sliedrecht 950 jaar bestond, maar er blijkt dus al veel eerder een nederzetting hier te hebben geleefd. Dat vind ik tof. Er zijn eerder vondsten gedaan in Papendrecht en Alblasserdam uit die tijd, eigenlijk is het dus een soort vroege Drechtsteden”, grapt hij. Serieuzer vervolgt hij: ,,Dat dit door van die jonge gasten gevonden is, vanuit hun enthousiasme en dat ze het besef hebben gehad dat het geen kapotte dakpan was, maar een oudheidkundige vondst, dat maakt het nog leuker. Het is voor mij ook een eye-opener dat we meer moeten opletten met bouwen in de toekomst.”

advertentie